Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

2020 WORKERBEE

Column van

Bekritiseren als een trotse pauw

kritiek
Emmy Lapré

Ik ben risicomijdend, graag meningloos en nogal negatief over mijn eigen prestaties en zelfbeeld. Daar komt bovenop dat bij mij iets nooit goed genoeg is. Degene die ik daarvan beschuldig? Mezelf. En die ik saboteer trouwens, want ik blijf maar in dit ‘vertrouwde’ patroon zitten. Klinkt niet per se gezond toch?!

Als een trotse pauw

Als ik anderen zie die niet zo zelfkritisch (lijken te) zijn als ik, ben ik jaloers. Zij zijn trots op hun prestaties en zoeken het probleem, of de mogelijke oplossing, niet direct bij zichzelf. Mannen lijken daar bijzonder goed in te zijn. Als een trotse pauw paraderen ze over het strand in hun te strakke speedo en te bolle buik en ze geven te pas en te onpas hun mening, gewoon omdat ze ergens volledig achter staan. Hun gedrag overanalyseren zoals wij vrouwen dat doen en bespreken met onze vriendinnen? Nee, dat doen ze niet. Ik vraag me af: zijn ze eigenlijk wel zelfkritisch?

Opbouwende zelfkritiek, bestaat dat?

Zelfkritiek. Best een heftig woord. Het woord kritiek heeft voor mij sowieso al een behoorlijk negatieve lading en dan is het ook nog kritiek op mezelf. Juist diegene waarmee ik dag in, dag uit opgescheept zit.

Maar: zelfkritiek hoeft helemaal niet negatief te zijn. Dat krijg ik te horen wanneer ik het tijdens een avondje borrelen met manlief heb over zelfkritiek. Positief kritisch ergens naar kijken is namelijk ook een vorm van kritiek, maar dan nét wat opbouwender. Zodat je er ook echt iets aan hebt, in plaats van dat je een avond lang ligt te janken onder de dekens. En dat positief kritisch zijn? Dat blijkt nu net precies de insteek van manlief.

Ik ben als vrouw een opperperfectionist en wil alles zo goed mogelijk doen. Van het vouwen van de was tot het geven van een mindblowing presentatie voor 50 man (en vrouw). Mocht dit, dus alles wat ik doe in het leven, niet lopen zoals gewenst, dan ga ik in een mega criticaster-modus zitten en nadenken over ik dit zélf een volgende keer anders kan doen.

Een manier om naar je eigen doen en laten te kijken en ervan te leren. Om beter te worden in waar je mee bezig bent bijvoorbeeld. Zoals in de sport die je behoorlijk fanatiek beoefent, maar waarbij het nét niet zo gaat zoals je dat zou willen. In woede uitbarsten hoort bij het proces, evenals een racket dat door de zaal vliegt. Geen probleem, een zelfkritiekmomentje. Maar daarna, als dat momentje voorbij is, kun je jezelf opbouwende kritiek geven. Als je naar de bal loopt om deze weer op te pakken, kun je nadenken over je eigen handelen en vervolgens direct bedenken hoe de volgende slag beter kan. Dat werkt hetzelfde op het werk na een meeting die niet helemaal lekker liep. Na de frustratie kun je je bedenken waar het aan lag en hoe je het de volgende keer anders aan kunt pakken. Maar vooral ook: wat kan de ander de volgende keer anders doen? Opbouwende (zelf)kritiek dus. Mannen kunnen dat. Ik ben jaloers.

Lees ook: Ik ben ik en jij bent jij

De perfectionistische criticast vs. de van zelfvertrouwen blakende positieveling

In ons gesprek komen we erachter dat we dus wel allebei zelfkritisch zijn, maar dat we er misschien anders mee omgaan. Ik ben als vrouw een opperperfectionist en wil alles zo goed mogelijk doen. Van het vouwen van de was tot het geven van een mindblowing presentatie voor 50 man (en vrouw). Mocht dit, dus alles wat ik doe in het leven, niet lopen zoals gewenst, dan ga ik in een mega criticaster-modus zitten en nadenken over ik dit zélf een volgende keer anders kan doen. Het liefst ook nog tijdens een soort van semigestructureerde meeting met mensen die ik vertrouw om hier eens lekker op in te zoomen. Alleen: het levert in the end vrij weinig op.

Manlief heeft de criticast-modus blijkbaar, zo vertelt hij, wel ook altijd aan staan, maar hij doet er niet op alle punten iets mee. Of hij wil er niks mee doen. Alleen als het belangrijk genoeg is. Wanneer hij de presentatie van zijn leven moet geven of een grote klant wil binnenhalen, dan gaat hij ermee aan de slag. Maar hij accepteert dat het schilderen van de trap of het doen van administratief werk nu eenmaal niet zijn sterkste punten zijn. En dat is oké. Hij is er tevreden mee dat dit gewoon zo werkt bij hem.

Bewezen tevredenheid

Terwijl ik dit schrijf, en manlief naast me wat uitstelgedrag aan het vertonen is om die trap nog een keer te schilderen, leest hij het volgende voor: “Mannen, zo geeft een psycholoog aan, hebben ‘een stabieler gevoel van tevredenheid’; vooral over zichzelf. Vrouwen zijn kritischer over hun eigen handelen en onthouden hun fouten ook veel langer.” De verschillen die wij samen zien zijn dus echt bewezen!

Leermomentje?

Hoe we dus omgaan met onze kritiek op ons eigen handelen is dus totaal anders. Waar ik ontevreden kan zijn over álles, haalt hij het positieve en negatieve eruit en is hier dan tevreden of ontevreden mee. Soms tevreden met een 6 en soms ontevreden met een 9. Afhankelijk van hoe belangrijk hij het vindt. Waarom zou ik dan kritiek gebruiken om mezelf naar beneden te halen? Ik kan het blijkbaar ook inzetten om er beter van te worden en mijn zelfvertrouwen te voeden. Want dat tien procent van een urenlange meeting voor mijn gevoel niet goed ging, betekent nog steeds dat de overige 90% dus wel best goed ging. Een 9 is ook goed. Manlief beaamt dit en vindt dat ik inderdaad niet zo zelfkritisch hoef te zijn. “Kijk dan toch eens naar jezelf!” is niet voor niets een veel gehoorde opmerking hier in huis.

Onze borrel samen heeft voor de verandering stof tot nadenken gegeven om mijn hersens over te kraken. Voelt toch net even beter dan de hoofdpijn die een borrel me normaalgesproken geeft.

Emmy Lapré
Tags: kritiek