Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

2020 WORKERBEE

Column van

De onbedwingbare behoefte je mening te ventileren

mening
Marthe Walter

Vroeger was ik introvert. Dat kunnen sommige mensen zich nu niet voorstellen maar het is écht waar. Ik herinner me nog hoe ik me als afstudeerstagiaire elke week voornam om ook iets slims te zeggen in de vergadering. Steeds opnieuw vond ik het spannend: klamme handjes, hartslag in mijn keel. Menig mening slikte ik weg. ‘Nee ik heb geen toevoegingen’ kreeg ik nog nét mijn strot uit bij de laatste vragenronde.

Nu is dat wel anders. Ik ben iemand met een sterke mening en ik ben niet bang om hem te uiten. Ik schiet soms zelfs per ongeluk door in een gepassioneerd monoloog doordrenkt met: mijn mening. Super leuk als je een net zo gepassioneerd iemand tegenover je hebt zitten. Super jammer als dat niet het geval is.

Waar zijn de cheerleaders?

Ik hou van mensen met een mening. Ik hou nog meer van mensen die hun mening durven te uiten. Taboes doorbreken, schoppen tegen de status quo en bovenal: eerlijk zijn. Voornamelijk op de werkvloer. Laat dat nou ook precies de plek zijn waar de meeste mensen dat juist niet durven. Ik herinner me genoeg managementpresentaties waarin er enthousiast een idee door een leidinggevende wordt gepresenteerd, maar waarvan mijn nekharen overeind gaan staan. En waarin ik niet de enige ben. Ik kijk om me heen, zoekend naar support. Ik zie mensen zichtbaar op tanden bijten. Iedereen lijkt zijn mening weg te slikken terwijl ik de onbedwingbare behoefte voel om hem uit te spugen! Is er dan niemand die zijn mond open gaat doen?

Als ik wederom in een vergadering zit kijk ik om me heen: is er een andere dwarsligger die zich gaat melden?

Lees ook: Niet lullen, maar poetsen! Maar dan andersom…

Zwemmen tegen de stroom in

Ik klaag bij vriendin Mila hoe eenzaam ik het vind om altijd in mijn eentje mijn kop boven het maaiveld uit te steken. Het valt me tegenwoordig zelfs op hoe er aan het eind van een vergadering mijn kant op gekeken wordt, wachtend op een passioneel protest. Soms zou ik willen dat ik niet overal zo nodig tegen de stroom in hoef te zwemmen. “Zonder dwarsliggers geen sporen Marthe”, spreekt Mila me bemoedigend toe. “Ondanks dat het op het moment suprême wellicht irritant is dat je iemands idee bekritiseert, zorgt jouw feedback er uiteindelijk wel voor dat de uitvoering beter wordt. Als iedereen het altijd overal mee eens is, dan wordt er nooit meer out of the box gedacht, uitgedaagd of grootser gedacht dan dat er nu gedaan wordt. ‘Dwarsliggers’ zijn juist nodig!”

Slikken of spugen?

Een paar weken later zit ik wederom in een vergadering. Als het tijd is om te reageren kijk ik om me heen: is er een andere dwarsligger die zich gaat melden? Maar het valt me op dat er geen mensen lijken te zijn die hun mening wegslikken. Er gebeurt gewoon simpelweg niet zo veel. Dan besef ik dat, als niemand zijn mening inslikt, ik de mijne ook niet zo passioneel hoef uit te spugen. Er wordt vragend mijn kant op gekeken. Ik besef dat er wellicht geen protest verwacht wordt maar dat er juist gewacht wordt op creatieve input, de mogelijke rampscenario’s en ga zo maar door. In alle rust reageer ik op de agendapunten. In dialoog dit keer. Er wordt aandachtig meegeschreven en mijn input wordt zichtbaar gewaardeerd. Met succes rijdt de “vergadertrein” vandaag weer lekker door. Zonder dwarsliggers geen sporen, maar we hoeven natuurlijk niet allemaal, en altijd, een dwarsligger te zijn!

Marthe Walter
Tags: cliches