Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

2020 WORKERBEE

Column van

‘Geen paniek’ leidt al gauw tot paniek

paniek
Marthe Walter

Het is maandagmiddag. Ik ben in mijn appartement in Amsterdam als ik plots word gebeld door mijn stiefvader Chris. Bijzonder, want ons contact speelt zich tot op heden voornamelijk af via WhatsApp. Ik neem de telefoon op. Onmiddellijk hoor ik dat er iets goed mis is. “Geen paniek”, zegt hij met trillende stem, “mama ligt in het ziekenhuis.”

Zodra mijn stiefvader de woorden ‘geen’ en ‘paniek’ met elkaar combineert en samen uitspreekt, voel ik hoe de stress zich in mijn lichaam verspreidt. Het is als het ware een variatie op ‘denk niet aan de roze olifant’. Net als hoe je dan niet meer anders dan aan een roze olifant kunt denken, kan ik nu niets anders meer doen dan in paniek raken. Ik probeer rustig te blijven aan de telefoon, maar mijn lichaam protesteert overduidelijk, in paniek.

Paniek is besmettelijk

Mijn moeder blijkt in de ochtend verkeerd gediagnosticeerd te zijn op de spoedeisende hulp, waardoor ze in de avond in kritieke toestand op de operatietafel belandt. Na het telefoontje met mijn stiefvader wil ik het nieuws in de de ‘familie-belboom’ voortvertellen. Als ik met bibberende handen het telefoonnummer van mijn zus invoer, bedenk ik me. Ik sta namelijk op het punt om met dezelfde, overgenomen paniek als mijn stiefvader eenzelfde telefoongesprek met haar te voeren.

Ondanks dat het logisch voelt om te starten met ‘geen paniek’ start ik met precies het tegenovergestelde. “Ik ben in paniek!” Verrassend genoeg blijft mijn vriend volkomen rustig aan de telefoon.

Emoties erkennen

Zodra ik besef dat ik in paniek ben, schept dit ruimte om de emotie te erkennen en deze te parkeren. Voordat ik mijn zus bel besluit ik eerst mijn vriendje te bellen om mijn paniek een plek te geven. Ondanks dat het logisch voelt om te starten met ‘geen paniek’ start ik met precies het tegenovergestelde. “Ik ben in paniek!” Verrassend genoeg blijft mijn vriend volkomen rustig aan de telefoon. Hij geeft me de tijd om mijn gevoelstoestand toe te lichten, zonder het over te nemen, en spreekt me bemoedigend toe: “Ik hoor dat je in paniek bent. Dat is logisch, maar helemaal niet nodig want je moeder is in het ziekenhuis in goede handen.” Als ik later mijn zus bel, ben ik rustig.

Het gaat er niet alleen om hóe je een bericht brengt, maar ook wíe het brengt en waarom.

Don’t shoot the messenger

Ik besluit mijn zus niet te gebieden om wel of niet in paniek te zijn. In plaats daarvan besluit ik te erkennen dat ik een slecht-nieuws-boodschapper ben. “Het is even schrikken. Mama ligt in het ziekenhuis.” Net als in het gesprek dat ik eerder die dag met mijn stiefvader voerde, wordt de emotie overgenomen door de ontvanger, in dit geval mijn zus. Maar, door de negatieve boodschap op een rustige manier te communiceren blijft ook mijn zus rustig.

In deze panieksituatie leerde ik niet alleen hoe prettig het is om een vriendje te hebben om op terug te vallen, maar ik leerde ook dat je soms eerst in de spiegel moet kijken en aandacht aan jezelf moet geven voordat je een boodschap overbrengt aan een ander. Zo zorg je ervoor dat de ander jouw paniek niet overneemt.

Dus, wat doe jij de volgende keer dat je een moeilijke boodschap moet verkondigen? Juist. Eerst even tijd voor jezelf nemen en de paniek parkeren. En oh, geen paniek hoor jongens, mijn moeder is inmiddels weer thuis aan het herstellen!

Marthe Walter
Tags: spiegel