Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

2020 WORKERBEE

Column van

Ik heb niet zo wa-wa-wa-waanzinnig gedroomd!

droom
Lieke Jansen

Terwijl ik mijn computer opstart hoor ik een collega zeggen: “Wat ik nu toch heb gedroomd!” Daarna volgt het script van een spannende film, waarin allerlei verhaallijnen onlogisch door elkaar heen lopen.

Als mijn hoofd mijn kussen raakt ben ik weg. Heerlijk naar ‘dromenland’. Het schijnt dat iedereen ‘s nachts regelmatig droomt. Maar of je het je nog kunt herinneren of navertellen als de wekker gaat? Nou, ik in ieder geval niet. En dat terwijl mijn collega zojuist tot in detail kon navertellen waar haar droom over ging. Dan vraag ik me af: wat zegt dat over mij? Droom ik echt gewoon weinig tot vrijwel nooit of laat mijn geheugen me (nu al) in de steek? En ik ben pas 33…

Waarom moeten dromen altijd groots zijn? Ik droom bijvoorbeeld ook van uitslapen in het weekend, wat ik helaas verleerd ben.

Een grijs gebied

Als je veel droomt heb je vast wel eens de betekenis van je droom opgezocht. Hoe kan het toch dat je droomt over die ene persoon die je al in geen eeuwigheid hebt gezien, je partner of kinderen in een bijzondere setting die totaal niet overeenkomt met de werkelijkheid of dat je ineens wordt achtervolgd? Er is veel onderzoek gedaan naar dromen, maar toch blijft het een grijs gebied met veel onverklaarbare antwoorden. Onze hersenpan blijft een bijzonder onderdeel van ons. Betekent dat ik niet droom, of mijn dromen in ieder geval niet herinner, dat mijn hersenen volledig zen zijn voordat ik mijn bed instap of ben ik zo moe na een dag hard werken dat ik als een blok in slaap val en niet eens de kans krijg om te dromen?

Overdagdromen

Ik ben voor mezelf tot de conclusie gekomen dat ik misschien niet ’s nachts, maar overdag droom. Over de kleine dingen in het leven. Op posters zie ik spreuken als ‘Dream big (little one)’ en ‘Don’t dream your life, live your dream’ voorbij komen en Miss World spreekt jaarlijks haar droom uit die eindigt met ‘world peace’. Grootse dromen. Mooi, maar vaak ook niet haalbaar of niet realistisch. Of je moet ineens de loterij winnen. Waarom moeten dromen altijd groots zijn? Ik droom bijvoorbeeld ook van uitslapen in het weekend, wat ik helaas verleerd ben. De kleine dromen zijn juist de dromen die mij het meest gelukkig maken. En daar droom ik dus blijkbaar niet ’s nachts over, maar overdag.

Dromend de wintertijd door

Als ik het toch eens wil proberen, of aansporen, is er trouwens goed nieuws voor mij, als sporadisch nachtdromer. Volgens de Dromendokter (ja, die bestaat echt!) onthoud je je dromen namelijk beter als je een vast ritme hebt, en je op vaste tijden je bed opzoekt. Laat dit met de wintertijd nu net even wat gemakkelijker zijn. Er is tenslotte geen lange lichte avond meer die uitnodigt om nét wat later naar bed te gaan dan mijn standaard ritme. En: dat ik een uurtje eerder wakker word door de lichte ochtend nu de wintertijd net is ingegaan, biedt mij de uitgelezen kans om me nog eens om te draaien en weg te dommelen. Totdat dan (helaas) toch mijn wekker gaat. Misschien helpt het me allemaal om ook eens te dromen. Of om mijn droom in ieder geval beter te onthouden. Zodat ik ook weer eens met Kinderen voor Kinderen mee kan zingen: ‘Ik heb zo wa-wa-wa-waanzinnig gedroomd!’.

Lieke Jansen
Tags: dromen