Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

2020 WORKERBEE

Column van

Ja, ik word rood. So what?

zzp
Mariëlle van de Rijdt

Toen ik jong was waren er volgens mij nauwelijks trainingen om kinderen van hun verlegenheid af te helpen. Mijn basisschool had er in ieder geval geen aandacht voor. Je was gewoon verlegen of je was het niet. Ik viel in de categorie superverlegen met een flinke dosis faalangst. Met een knalrood hoofd en zachte stem gaf ik antwoord op vragen. Mijn vinger vrijwillig opsteken? Echt niet!

‘Mariëlle is een lief en verlegen meisje. Ze mag best iets meer van zichzelf laten zien.’ Een tekst met ongeveer deze strekking was van groep drie tot en met acht te lezen op mijn rapport. Ik haatte die opmerking. Waarom kon ik in de klas niet uitbundig zijn zoals Karin, Jori of Leonie? Of wat brutaler? Ik wilde wel, ik kon het niet. Zodra de groep wat groter werd, klapte ik dicht. De achtergrond, dat was de plek waar ik mij fijn voelde. En als een leraar mij dan toch een podium gaf om eens te shinen kleurde ik rood. Vuurrood. Met een zacht stemmetje deed ik mijn zegje.

Muurbloempje

Het mag duidelijk zijn: op de basisschool was ik een muurbloempje. Zo’n meisje dat je wel herkent van de klassenfoto, maar waarvan je de naam waarschijnlijk bent vergeten. Dat ik journalistiek heb gestudeerd en nu als contentmarketeer werk, zal dan ook menig juf en meester verbazen. Want vragen stellen en blijven doorvragen of verhalen vertellen, dat deed ik niet.

Ik ben twee jaar brugpieper geweest. Mijn eerste middelbare school was zo’n mega grote school met ruim vijftienhonderd leerlingen. Je kunt misschien wel begrijpen dat dit allesbehalve een fijne plek was voor een muurbloempje als ik.

2x in de brugklas

De omslag kwam op de middelbare school. Of beter gezegd; mijn tweede middelbare school. Ik ben namelijk twee jaar brugpieper geweest. Mijn eerste middelbare school was zo’n mega grote school met ruim vijftienhonderd leerlingen. Je kunt misschien wel begrijpen dat dit allesbehalve een fijne plek was voor een muurbloempje als ik. Long story short: ik ging volledig kopje onder en moest van school.

Meer zelfvertrouwen

Mijn tweede middelbare school was een stuk kleiner. Hooguit 500 kinderen denk ik. Het voelde direct vertrouwd. Voor iedere leerling was er aandacht en alle docenten kenden je naam. Omdat de lesstof door de tweede keer een stuk makkelijker was (ik had de stof immers al een keer gehad) groeide mijn zelfvertrouwen met de dag. Stelde een leraar een vraag? Dan gaf ik vol zelfvertrouwen het antwoord. Volle klas of niet, ik liet meer en meer van me horen. Sterker nog, ik ging in discussie en stelde vragen terug.

Mijn vuurrode kop speelde van tijd tot tijd nog wel op. Maar als rebelse puber had ik daar gewoon schijt aan. Ik wilde laten zien wat ik kon en van mij laten horen. Met spelen op de achtergrond bereik je niets en word je niet gehoord. En dat is zonde, als je wel iets te vertellen hebt.

Lang leve de puberinstelling

Deze puberinstelling ben ik, net als mijn van tijd tot tijd roodkleurende hoofd, nooit meer verloren. En daar ben ik blij om. Hoewel ik vroeger een goede cursus faalangst best had kunnen gebruiken, ben ik nu vooral trots dat ik dit probleem met hulp van goede docenten zélf heb overwonnen. Ik stel zonder angst kritische vragen tijdens meetings, geef presentaties en steek mijn vinger op tijdens persconferenties. Iets wat mijn juffen en meesters vast nooit verwacht hadden van dit voormalig muurbloempje.

Mariëlle van de Rijdt
Tags: kleur