Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

2020 WORKERBEE

Column van

Ja maar… Waarom dromen makkelijker is dan ze realiseren

droom
Mariëlle van de Rijdt

In mijn hoofd durf, kan en doe ik alles. Maar ik ben een dromer. Van kinds af aan al. ’s Nachts natuurlijk, maar ook overdag. In mijn gedachten maak ik de gekste dingen mee, maar in de werkelijkheid blijf ik te vaak veilig in mijn vertrouwde wereld. 

Kinderdromen

Als zesjarige droomde ik ervan om een schipperskind te zijn. Waarom? Ik heb werkelijk geen idee. Misschien was het omdat ik gek was op boten. Met mijn ouders en opa en oma ging ik graag naar de schepen kijken op de Maas. Daarnaast vond ik de film Annie echt geweldig. Hoewel ze wees was, dacht ik denk ik dat zij ook in een soort internaat leefde en dat stond me om een of andere reden wel aan. Hoe dan ook. Ik ging als klein meisje helemaal op in deze droom. Het was zelfs zo erg dat ik een keertje ben weggelopen, omdat ik van mijn ouders niet naar een internaat voor schipperskinderen mocht.

En daar ga ik dus. Ik doe het weer. Ik stel mijn droom uit. Ik zie beren op de weg en ga op zoek naar redenen om het niet te doen.

Rond mijn tiende was ik smóórverliefd op profvoetballer Robbie Witschge. Hij was mijn droomman. Aan deze verliefdheid heb ik een dikke acht overgehouden. In geuren en kleuren schreef ik over ons huwelijk. Onze twee kinderen, zijn blessureleed en het einde van zijn carrière. Alles kwam voorbij. Ik denk dat mijn leraar in groep acht zich suf gelachen heeft.

Droomreis

Dat mijn kinderdromen niet zijn uitgekomen, vind ik niet erg. Want om nu getrouwd te zijn met Robbie, nee dank je. Maar dat ik als twintiger nooit een halfjaar door Australië of Canada heb rondgetrokken, daar baal ik wel van. En natuurlijk kun je zeggen ‘dat kan toch nog steeds’. Ja, klopt. Maar ik zou niet weten hoe je dat kunt doen met twee kleine kinderen, een koophuis en een heleboel andere verplichtingen. En ja, je kunt ook samen met je gezin een maand rondreizen of met je partner twintig jaar wachten en dan gaan. Het kan allemaal. Maar om de één of andere reden denk ik dat zo’n reis twintig jaar geleden een stuk leerzamer voor me zou zijn geweest en me meer had gevormd. Waarschijnlijk was ik toen ook een stuk fitter dan nu, laat staan hoe het over twintig jaar met mij is gesteld. Ik ben namelijk niet echt een sporter. En dat is nog zachtjes uitgedrukt.

En daar ga ik dus. Ik doe het weer. Ik stel mijn droom uit. Ik zie beren op de weg en ga op zoek naar redenen om het niet te doen, in plaats van te focussen op hoe ik het wél kan doen.

Schrijversdroom

Mijn andere droom is een boek schrijven. Een boek zo goed dat het ook direct maar verfilmd wordt. Want ja, als je het doet, moet je het goed doen. Ik geloof dat ik wel tachtig keer begonnen ben. Een thriller, een kinderboek, een roman. Kinderheld Bennie Bangvoor en een seriemoordenaar die zijn slachtoffers uitzoekt via social media zijn slechts twee voorbeelden van boeken met een kop, maar zonder staart. Want na een paar maanden ga ik op zoek naar excuses om niet verder te hoeven schrijven. Het is geen writers block, maar mijn eigen blokkade. Het verhaal is niet spannend, grappig of romantisch genoeg. Ook het smoesje van ‘ik heb nu gewoon even geen tijd om te schrijven’ heb ik regelmatig gebruikt.

Geen excuses meer

Van het verzinnen van excuses wil ik af. Want dromen is leuk, maar je dromen realiseren lijkt mij een stuk leuker. Dus als er iemand goede tips heeft om van mijn ‘dromenrealiseerangst’ af te komen, ik hoor het graag. En als dé tip erbij zit, dan ligt er volgend jaar vast een bestseller van mij bij de drukker. Ben je al benieuwd naar de slachtoffers van mijn social killer of de angsten van Bennie Bangvoor?

Mariëlle van de Rijdt
Tags: dromen