Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

2020 WORKERBEE

Salarisonderhandeling

salarisonderhandeling

#kantoorclichés door Jessi Gruszka

salarisonderhandeling

Ik ben een vrouw. Daarmee wil ik me niet als slachtoffer opstellen, maar ik wil het toch even genoemd hebben ter introductie van deze column. Waarom? Omdat ik, wanneer het gaat om salaris en het onderhandelen daarover, me toch een soort slachtoffer voel met mijn tieten, minder succesvolle onderhandelskills en mogelijkheid tot het op de wereld zetten van een kind. Ik weet bijna zeker dat ik minder verdien dan mijn mannelijke collega’s in de branche en ik weet zeker dat dit niet verdiend is.

Het enige recht van de vrouw…

Ik zie mezelf graag als gelijk aan een man. Ik ben geen superhippe feminist of zo, maar van uitspraken als ‘het enige recht van de vrouw is het aanrecht’ -ja echt, er zijn nog steeds mensen die dit, “grappend” (terwijl: totaal niet grappig) zeggen- gaan mijn haren echt rechtovereind staan. Natuurlijk zijn we niet helemaal gelijk. Dat weet ik ook wel. Hoe je het ook wendt of keert; mannen en vrouwen hebben vaak toch wat andere kwaliteiten en ons lijf is nou eenmaal tot andere dingen in staat. Zo kan een man staand tegen een boom piesen en kunnen wij als vrouwen een kind op de wereld zetten. Ik bedoel maar… Toch niet helemaal gelijk.

Maar als het gaat om een kwaliteit als onderhandelen delven vrouwen toch echt het onderspit. Waarom? Geen idee. Maar uit onderzoek blijkt nog steeds dat vrouwen minder succesvol zijn in onderhandelen dan mannen. Dat betekent dat wanneer dat gevreesde eindejaarsgesprek weer in de agenda wordt ingeschoten, de kloof waarschijnlijk weer groter wordt tussen het salaris van jou en jouw mannelijke collega.

Mijn beoordeling is eigenlijk een soort pure lofzang, een halleluja. Dus wat houdt me tegen? Toch zweet ik peentjes, fladderen er 500 ADHD-vlinders door mijn buik en krijg ik maar net over mijn lippen dat ik me afvraag of er iets aan mijn salaris gedaan kan worden.

Verdien ik het wel echt?

Ik herken het wel. Voor mijn gevoel kijkt mijn vriend, samen met mijn mannelijke collega’s, bijna uít naar het eindejaarsgesprek, terwijl ik de zenuwen krijg zodra ik die afspraak in mijn mail binnen zie komen. Hoe ga ik het aanpakken? Welke argumenten ga ik aanhalen? Welke doelen heb ik behaald? Waar ben ik trots op? En vooral: waarom verdien ik eigenlijk een salarisverhoging? Nachten kan ik daarover liggen malen.

500 ADHD-vlinders

En dan is het gesprek daar. Eerst loop je door een lijstje met standaardvragen heen. Over je werkdruk, waar je trots op bent, wat je sterke punten verbeterpunten zijn, hoe je werkprivébalans is en hoe het samenwerken met collega’s gaat. En dan komt als allerlaatste, alsof dat het minst belangrijk is, het puntje ‘salaris’. Als deze al komt. Soms moet je er zelf over beginnen. Als je durft. Wat wel zou moeten, want je beoordeling is eigenlijk een soort pure lofzang, een halleluja. Dus wat houdt je tegen? Toch zweet ik peentjes, fladderen er 500 ADHD-vlinders door mijn buik en krijg ik maar net over mijn lippen dat ik me afvraag of er iets aan mijn salaris gedaan kan worden.

De koektrommelmentaliteit

Ik vraag me met regelmaat af hoe dat in een gesprek met een man gaat. Het verschil is namelijk, denk ik, dat mannen automatisch vinden dat ze het verdienen en hierop acteren, terwijl wij vrouwen een soort ‘koektrommelmentaliteit’ hebben; we nemen wat we nu nodig hebben. En niet meer dan dat. We hebben een leuke baan, en daar gaat het om toch… Wij gaan niet op onze strepen staan, want: wie weet wat de gevolgen zijn?!

Het babyvraagstuk

Bovendien: wij -of ik zal voor mezelf spreken- maken ons ook nog druk over andere toekomstperspectieven dan mannen. Waar mannen zich vooral bezighouden met welke carrièrestappen ze in de komende vijf jaar kunnen maken, is bij ons ook ‘het babyvraagstuk’ aan de orde. Misschien hebben we één, twee of misschien wel drie keer vier maanden verlof. Worden we gebeld door het kinderdagverblijf dat Pietje ziek is en opgehaald moet worden. Willen we, hoe durf je, minder gaan werken.

Hoewel een werkgever hier niet op mag discrimineren, gebeurt het soms toch nog steeds. En, misschien nog wel erger: we hebben de neiging om dit zelf in ons onderbewuste al mee te nemen in het onderhandelingsproces, waardoor we minder op onze strepen durven te gaan staan als die wens om ooit kindjes te krijgen toch echt aanwezig is. Want we weten dat we in de toekomst op sommige momenten misschien even wat minder kunnen betekenen voor de organisatie en in onze flexibiliteit. Mannen houden hier toch echt minder rekening mee. Eigenlijk zijn we een dief van onze eigen portemonnee.

Mét een lekkere slagroomtaart alsjeblieft

Dit gedrag, deze verwachtingen en deze aannames resulteren dan ook vaak in een miezerige stijging van het salaris, als er al een verhoging komt. De loonkloof tussen mannen en vrouwen wordt hierdoor alleen maar groter en groter. Want waar we misschien op hetzelfde level beginnen, kun je je voorstellen hoe dit uiteen gaat lopen wanneer mannen wél op hun strepen gaan staan. Wanneer zij niet alleen de koektrommel kunnen vullen, maar er ook een lekkere slagroomtaart bij kunnen nemen, terwijl wij ‘blij zijn als de trommel gevuld is’.

Cursusje onderhandelen

Ik pleit daarom voor een transparant puntensysteem. Met als vast onderdeel: salaris. Dat je goed wordt beloond wanneer je als een tien presteert en dat je wat minder krijgt als er toch echt wat verbeterpuntjes zijn en het een mager zesje is. Voor mannen én voor vrouwen. Of ik moet toch maar eens een cursusje onderhandelen gaan volgen…