Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

2020 WORKERBEE

Column van

Vier maanden

Jessi Gruszka

Terwijl ik dit typ is er in mijn buik eentje druk aan het boksen, schoppen en wroeten. Ze zeggen dat een baby in dit stadium 90% van de tijd slaapt. Nou, dat doet die in mijn buik in ieder geval niet. Ik heb altijd gedacht dat ik nooit ‘toe’ zou zijn aan verlof. Een aantal weken geleden heb ik zelfs nog opgezocht of ik langer door kon werken tot iets voor de uitgerekende datum. Plakte ik die extra weekjes er aan het einde van mijn verlof wel aan. In andere landen werken ze door tot de uitgerekende datum, dus waarom niet? Al snel kwam ik erachter dat dit in Nederland geen optie is. En nu snap ik dus, in de laatste werkdagen voor mijn verlof, waarom.

Misschien is het vergelijkbaar met ineens héél nodig moeten plassen als je dichter bij het toilet komt na een lange autoreis, of als een vakantie waar je ineens zó aan toe bent omdat het bijna zover is. Hoe dan ook: ik kan wel zeggen dat ik toe ben aan mijn zwangerschapsverlof. Geen wekker (nog even van genieten nu ik nog geen natuurlijke vroege wekker heb), dutjes midden op de dag, de voetjes omhoog (hallo hittegolf!) en lekker bezig zijn met allesbehalve werk.

Laatste vakantie

Dat is wel even wat anders dan de afgelopen maanden. Vier maanden geleden vertrok ik vrolijk met mijn vriend op vakantie voor een weekje. Nog even lekker naar de zon, misschien wel onze laatste vakantie met z’n tweetjes. Al hadden we nog plannen voor een weekje Ibiza in mei, we zouden wel zien en last minute beslissen. Achteraf maar goed ook, want niemand had kunnen voorspellen dat het weekje vakantie begin maart voorlopig sowieso de laatste vakantie zou zijn. En dan niet omdat er een baby op komst is.

Wereld op zijn kop

Bij terugkomst van vakantie had ik op donderdag nog een drukke dag op kantoor, ging ik vrijdag vanuit het werk nog naar een ontbijtsessie met 49 andere Helmondse vrouwen en was ik ’s avonds nog op een feestje in een kerk met zo’n 1.000 anderen. De maandag erop werkte ik thuis. Ik was een beetje verkouden en omdat er in Nederland een aantal coronagevallen ontdekt waren, was het beter als ik uit voorzorg thuisbleef. We maakten er volop grapjes over. Het voelde ook behoorlijk als aanstelleritis om thuis te blijven, met slechts een paar keer hoesten en niezen per dag. Nog geen week later ging alle horeca in Nederland plotsklaps dicht en moesten we vanaf die maandag allemaal thuiswerken. De wereld stond op zijn kop.

En dat was voelbaar. Er was chaos. Niemand wist wat te verwachten, wat te doen. Grapjes veranderden al snel in onzekerheid. Gezelligheid veranderde al snel in onwennigheid. Omhelzen we elkaar nog, of beter van niet? Ondernemers zaten met hun handen in het haar. Werkgevers moesten ineens manieren bedenken om hun personeel zo goed mogelijk aan het werk te houden, zonder hen de faciliteiten van kantoor te kunnen bieden. Waar we in Nederland, ‘waar alles goed geregeld is’, normaal gesproken overal protocollen, wetten en regelgeving voor hebben, stonden we ineens oog in oog met een groot, onbekend monster. Zonder ook maar een enkel idee hoe deze te bestrijden, te ontwijken, te ontvluchten of -letterlijk en figuurlijk- te overleven.

Ineens had ik nog maar een paar weken tot mijn zwangerschapsverlof toen er eindelijk tijd in zowel mijn agenda als hoofd ontstond om na te denken over hoe verder met Workerbee in de tijd tot mijn verlof, tijdens mijn verlof én daarna.

Ineens druk

Die onzekerheid en onwetendheid bracht ons als land samen. We zaten tenslotte allemaal in hetzelfde schuitje. Iedereen had dezelfde vraag: wat nu? En we wisten allemaal vooral niet eens welke vervolgvragen we moesten of konden stellen. Dat bracht een clubje bij ons op het werk op het idee van ‘De Coronakrant’, een platform voor ondernemers en werkgevers om elkaar te inspireren en kennis en ervaringen met elkaar te delen omtrent de gevolgen van de uitbraak van het coronavirus in Nederland. En toen hadden we het ineens druk.

Wat een kick!

Op 11 maart ging het platform in één dag live. En dat er behoefte was aan zo’n online plek waar mensen elkaar konden inspireren in plaats van infecteren, werd al snel duidelijk. Binnen no time zaten we op 100.000 unieke bezoekers. Ik werkte dag en nacht. Naast eten en de nodige uurtjes slapen, zat ik, op mijn thuiswerkplek, aan mijn computer gekluisterd. We leefden van persconferentie naar persconferentie en schreven het ene artikel na het andere interview. Vermoeiend, maar: wat een kick! Ik wilde niet eens stoppen met werken, ging liever door en door. We groeiden enorm. Als platform, maar ook als, snel samengeraapt, team.

Naar de zesde versnelling

Nu, terugkijkend, heb ik in een korte, onverwachte periode zoveel geleerd over mezelf en over wat ik belangrijk vind in mijn werk. Zo mis ik, net als velen anderen met mij, het live contact met mijn collega’s enorm. Maar heb ik ook geleerd, wat ik stiekem al wel wist, dat ik echt veruit de meeste energie krijg van werken in een team. Van samen grote dingen mogelijk maken. Van verschillende invalshoeken, expertise en ervaring. Van samen groeien en samen naar een doel toe werken. Van successen delen, maar ook van zorgen en uitdagingen met elkaar bespreken. Van kritische vragen, van wilde ideeën. Van onverwachte wendingen. Van snelheid kunnen maken. Van niet op binnendoorweggetjes met allerlei bochten hoeven rijden, maar van gas kunnen geven op de snelweg. Van versnelling één naar zes.

Nieuwe dingen

Ik wil iets doen wat ertoe doet. Een doel hebben, het liefst meerdere. Ik moet mensen om me heen hebben, ik wil onderdeel zijn van een team. Ik wil kunnen doen waar ik goed in ben, maar ook nieuwe dingen doen. Dingen proberen, tweaken en ontwikkelen. En ik wil, als alles eenmaal ‘gewoon’ wordt, in routine vervalt, me weer kunnen richten op andere dingen. Dat klinkt misschien gek, ‘als het net lekker gaat’, maar het is iets dat ik van mezelf eigenlijk wel wist, maar nu weer bevestigd heb gekregen. Ik heb behoefte aan verandering. Ik ben nu eenmaal snel verveeld en wil nieuwe dingen doen en leren. Al vind ik dat soms spannend.

Ruimte in mijn hoofd

In de afgelopen maanden was dat voor mij De Coronakrant. Van niets naar iets. Workerbee? Dat lag stil. Ik had er gewoonweg geen tijd voor. En: nood breekt wet. De coronacrisis en daarmee het nieuwe platform dat ik onder mijn hoede had was even belangrijker. Ik zeg niet voor niets ‘even’. Want dat dachten we, even. Maar waar we dachten dat het om een paar weken zou gaan, werd het werken aan De Coronakrant uiteindelijk iets van maanden. Zoveel maanden zelfs dat ik ineens nog maar een paar weken had tot mijn zwangerschapsverlof toen er eindelijk tijd in zowel mijn agenda als hoofd ontstond om na te denken over hoe verder met Workerbee in de tijd tot mijn verlof, tijdens mijn verlof én daarna.

Het vuurtje opstoken?

Waar we eerst besloten Workerbee langzaam weer op te gaan pakken, het vuurtje weer wat op te stoken, kreeg ik dat gewoonweg niet voor elkaar naast mijn werkzaamheden voor De Coronakrant. Hoewel ik al had bedacht hoe we onze plannen en doelstellingen voor 2020 zouden tweaken, er een nieuwe planning gemaakt was en de auteurs al aan het schrijven waren geslagen, kwam het er gewoon niet van. Ik had zelfs al met Lieke besproken dat zij in mijn verlof een en ander over zou gaan nemen. Maar puntje bij paaltje kreeg ik het niet geregeld en had ik er ook de drive niet voor. Ik had de volle focus op de krant en ondertussen borrelden er ook nog allerlei andere ideeën op voor de toekomst.

Alles voelt onvoorspelbaar en afhankelijk van allerlei (nog) onbekendheden. Over hoe de wereld er over nog een keer vier maanden, na mijn verlof, uitziet, durf ik dan ook geen enkele uitspraak te doen. En: dat ga ik dus ook niet doen.

Ik vroeg me dan ook steeds vaker af of we nog voor een paar weken in Workerbee moesten gaan investeren, ik mijn dagen richting mijn verlof nog drukker moest gaan maken en of ik Lieke wilde “belasten” met werkzaamheden voor Workerbee in mijn verlof, naast al haar eigen werkzaamheden. En dat puur om het vlammetje aangewakkerd te houden, terwijl het vuur eigenlijk al een hele tijd gedoofd was, het misschien slechts nog aan de oppervlakte ergens sluimerde.

Onvoorspelbaar en afhankelijk

Ik heb dan ook besloten dat niet te doen. Na veel wikken en wegen, gesprekken en gedachten. Er zijn op dit moment zoveel ontwikkelingen gaande. Niet alleen in de wereld en in Nederland, die alles wat we doen of willen doen sowieso onzeker maken, maar ook bij ons op kantoor. Wie had vier maanden geleden gedacht dat de wereld er nu zo uitziet? Alles voelt onvoorspelbaar en afhankelijk van allerlei (nog) onbekendheden. Over hoe de wereld er over nog een keer vier maanden, na mijn verlof, uitziet, durf ik dan ook geen enkele uitspraak te doen. En: dat ga ik dus ook niet doen.

Het enige dat ik nu kan zeggen tegen jou als (trouwe) lezer van Workerbee, is dat Workerbee voorlopig even stil blijft. Zoals ook in de afgelopen maanden. Dit is voorlopig de laatste column. Ik ga vanaf morgen genieten van mijn zwangerschapsverlof en over vier maanden ben ik hopelijk fris en fruitig terug op kantoor. Hopelijk ziet de wereld er dan weer een stuk rooskleuriger uit.

Tot over vier maanden!

En dan? Dan kijken we verder. Hoe ziet de toekomst van Workerbee eruit? Hoe staat het met de andere ideeën en projecten die nu op de achtergrond in ontwikkeling zijn? Hoe kan Workerbee daar eventueel een onderdeel van zijn? Nu weet ik het niet, en daarmee dus ook niemand anders. En: ik ga er voorlopig ook even niet over nadenken. Ik heb zo’n vermoeden dat mijn dagen (en nachten) in de komende maanden gevuld worden met compleet andere bezigheden en gedachten…

Dus voor nu: ciao! Bedankt voor het lezen. Geniet van de zomer. Geniet van de kleine dingen, die we nu toch allemaal weer wat extra waarderen, en: maak er wat moois van. Tot over een maand of vier! En ik kan één ding met zekerheid zeggen: ook over vier maanden zal de wereld er weer helemaal anders uitzien, al is het alleen al voor mij privé. 😉

Jessi Gruszka