Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

2020 WORKERBEE

Column van

Wanneer is een droom een droom om van te dromen?

Jessi Gruszka

Ik heb geen grootse dromen. Of mijn grootse dromen veranderen iedere dag. Eerlijk gezegd ben ik er nog niet helemaal uit. Kun je tien verschillende dromen hebben? Of is een droom alleen een échte droom als ‘ie eenduidig is? Als ‘ie altijd hetzelfde is? Als er één groot iets is waar je heel je leven al van droomt?

Moet een droom groots zijn om een droom te zijn? Moet je er je hele leven naar kunnen streven? Op je sterfbed kunnen zeggen: ik ben blij dat ik vorig jaar mijn droom toch nog waar heb kunnen maken? Vink, check, klaar om te gaan?

Hoe moet ik nou weten wat ik over vijf jaar leuk vind? Er is geen vijfjarenplan. Er is geen bucketlist.

Een schizofreen is nooit alleen

Ik weet het niet. Soms denk ik dat ik een beetje schizofreen ben. Voordat de labelpolitie op me af komt: nee, dat denk ik niet echt. Maar ik wissel toch wel behoorlijk vaak van “dromen”. Als je het dromen kunt noemen dus, want daar ben ik, zoals gezegd, nog niet helemaal over uit. Maar als het dromen zijn, dan heb ik er denk ik wel tien. En ze wisselen elkaar dagelijks, wekelijks, soms maandelijks weer af. Gisteren droomde ik van een eigen winkel. Met betaalbare kleding, statement oorbellen en opvallende schoenen en accessoires. Vandaag zou ik willen dat ik interieurontwerpster was. Heel de dag bezig zijn met stoffen, kleuren, materialen en een huis écht een thuis maken. Heerlijk lijkt me dat. En morgen? Morgen droom ik van mijn eigen (online) magazine.

Vroeger al rende ik met mijn nichtje enthousiast springend en huppelend naar de voordeur als ik de postbode aan zag komen. Niet omdat ‘ie het grote Sinterklaasspeelgoedboek door de bus kwam duwen, maar omdat daar eindelijk de Otto-gids, Story of Hitkrant weer was. Rats! Voordat de postbode het helemaal door de bus kon duwen, had ik het aan de andere kant al uit zijn handen getrokken. Bladeren maar! Lege (uiteraard gekleurde) A4’tjes erbij, kartelscharen, geur-, gel- en glitterpennen in de aanslag en wij waren de rest van de dag zoet. We maakten ons eigen magazine. Een volwaardig magazine. Met een voorwoord, interviews, ‘what to wear’-pagina’s, roddel en achterklap en een colofon. Met als hoofdlezers: mijn moeder en mijn tante. Of ze het ooit echt gelezen hebben? Geen idee. Wat ik wel weet, is dat ik apetrots was op mijn knip-en-plak magazine.

Later, als ik groter ben, blijf ik wie ik ben

droomHad ik daarom de “grote droom” om later hoofdredacteur te worden van mijn eigen magazine? Is dat de conclusie die ik dan moet trekken? Ik betwijfel het. Ik wist denk ik niet eens van het bestaan van het beroep van hoofdredacteur, laat staan dat ik ervan kon dromen. Of het kon invullen in een vriendenboekje bij ‘wat ik later worden wil’. Kapster of prinses was de makkelijkere keuze. En paste ook meer in het rijtje van de dromen van vriendjes en vriendinnetjes. Maar ook op latere leeftijd heb ik nooit gedroomd van een eigen magazine. Nog steeds niet. Ik droom niet. Ik wil het misschien wel, maar ik zie wel hoe de dingen komen. En als ik ergens niet (meer) happy van word, dan kneed ik het wel zodanig dat het beter past bij wat ik leuk vind. Wat ik nu leuk vind. Niet wat ik over vijf jaar leuk vind. Want hoe moet ik dat nou weten? Er is geen vijfjarenplan. Er is geen bucketlist.

En ik zal een geheimpje verklappen: het is heerlijk zo zonder dromen. Geen (toren)hoge verwachtingen van mezelf. Die zijn er al genoeg van anderen. Als ik morgen een winkel wil beginnen, schrijf ik me morgen in bij de Kamer van Koophandel. Simple as that. Als ik dat niet wil, doe ik het lekker niet. En als ik vandaag zin heb in taco’s, eet ik vanavond lekker taco’s. Zo volg ik toch mijn “dromen”. Groots of klein (maar fijn). Als het überhaupt al dromen zijn.

Jessi Gruszka
Tags: dromen