Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

2020 WORKERBEE

Column van

Wat is jouw lievelingskleur?

kleur
Saskia van den Dungen

Je groen en geel ergeren. Over de rooie gaan. Groen van jaloezie zijn. Je blauw betalen of een blauwtje lopen. Het moge duidelijk zijn: kleur verrijkt ook de Nederlandse taal. Zeker als het uitdrukkingen betreft. In sommige talen bestaan ook woorden voor kleuren die wij niet eens kennen. Zo is het Engelse woord buff een kleur (geelbruin) en hadden wij Nederlanders geen naam voor roze, totdat we deze pikten uit het Frans. Gelukkig maar, want laat dat nou net mijn lievelingskleur zijn!

Het zal je waarschijnlijk niet ontgaan zijn, maar taal is, zeg maar, echt mijn ding. Letters, die woorden en klanken maken waarmee we zaken beschrijven, gevoelens uitdrukken, elkaar overtuigen en meer te weten komen over van alles en nog wat. Heerlijk. Maar wist je dat naast woorden, intonatie, lichaamstaal en algeheel humeur ook de specifieke taal die je spreekt invloed heeft op hoe je een boodschap interpreteert?

I f*&@ing love science

Tijdens mijn master volgde ik een vak dat ging over taal en cognitie. Eén van de eerste hypothesen die we voorgeschoteld kregen was de Sapir-Whorfhypothese. Deze hypothese stelt dat taal relatief is. Klinkt ingewikkeld, maar het betekent dat deze wetenschappers denken dat de specifieke taal die we spreken invloed heeft op de manier waarop we de denken over de werkelijkheid. Een voorbeeld hiervoor is de interpretatie van kleur. Wij Nederlanders zien lichtblauw en donkerblauw als varianten van dezelfde kleur (blauw dus). Maar Russen hebben in hun taal voor die kleuren twee totaal verschillende woorden, die voor hun net zo verschillend zijn als, zeg maar, geel en groen. Grappig toch?

Binnen de kortste keren was de vertrouwde fles met rode saus vervangen door, jawel, eentje met groene inhoud. Toegegeven, de saus smaakte exact hetzelfde als zijn rode broertje. Maar toch…

Groene ketchup

Dit deed mij denken aan hoe ik zelf kleur interpreteer. Heel wat jaartjes geleden deed Heinz, de ketchup-fabrikant, iets revolutionairs. Of mafs, maar dat mag je zelf bepalen. Ze brachten groene ketchup op de markt. Groene ketchup. Waarom is me nog steeds een raadsel, maar mijn moeder was geïntrigeerd. Binnen de kortste keren was de vertrouwde fles met rode saus vervangen door, jawel, eentje met groene inhoud. Toegegeven, de saus smaakte exact hetzelfde als zijn rode broertje. Maar toch… Geen van ons werd echt blij van frietjes met groene ketchup. De beleving, en dus ook daadwerkelijk hoe lekker we het vonden, hing blijkbaar samen met de (cultureel bepaalde associatie) van de kleur. En wij waren niet de enigen die er zo over dachten, want binnen no time was deze fles uit de schappen verdwenen.

Lees ook: Kleur bekennen is niet altijd een goed idee

Over the rainbow

Kinderen zijn ook maar druk met kleur. Naast papier, potloden, stiften, verf, loom-bandjes (ja, ze zijn terug!) en klei in alle kleuren, is het concept kleur an sich ook belangrijk. Bijna dagelijks krijg ik van mijn 5-jarige zoon de vraag: wat is jouw lievelingskleur? Ik was deze fase eigenlijk helemaal vergeten, maar ook ik was op die leeftijd maar druk met het antwoord op deze brandende vraag; wat is iemands lievelingskleur? Blijkbaar zegt het iets over je persoonlijkheid wat, op de leeftijd dat je nog niet kunt lezen, houvast geeft. Steevast is mijn antwoord: roze en zwart. Al is zwart natuurlijk technisch gezien geen kleur. Maar dat weet hij gelukkig nog niet. Die van hem is op dit moment: regenboog. Wat ertoe leidt dat mijn koelkast volhangt met tekeningen in regenboog-kleuren. Je hoort mij niet klagen. Het geeft mij iedere ochtend weer een lach op mijn gezicht als ik half-slaperig de melk uit de koelkast pak. Waar zeker nooit groene ketchup in komt te staan.

Saskia van den Dungen
Tags: kleur